toneel1

Toneel

Man:

Vandaag was weer zo’n dag.

De koelvloeistof was op.

Alsof ik tijd heb om over zulke futiele dingen als koelvloeistof…

Snap je?

Dat heb ik niet.

Waarom kan koelvloeistof er niet gewoon zijn.

Dat is toch wel het minste.

Het leven is zo al ingewikkeld genoeg.

Ik heb een plan.

Maar dat moet je nooit hardop zeggen.

Dat je een plan hebt.

Dus ik praat met mensen.

Probeer ze op één lijn te krijgen.

Laat ze niet merken dat ik allang bedacht heb hoe het moet.

Dat ik ze probeer te laten doen wat ik wil, uiteindelijk.

Wat ik allang in mijn hoofd heb, al maanden.

Maar wat zo allejezus lang duurt voor het ook in hun hoofden zit.

Al die hoofden!

Daar kom het op neer ja.

Daar ben ik de hele dag mee bezig, verdien ik mijn brood mee.

Halftien.

Het kopieerapparaat.

Ontspan.

Ik kom binnen en ik zeg tegen mezelf: ontspan.

Zo moeilijk kan dat toch niet zijn, kopiëren.

Kan niet.

Alles is al uitgevonden.

Je zou verwachten dat ook het kopieerapparaat ondertussen zijn ultieme vorm zou hebben aangenomen.

Ik laat de papieren tussen mijn vingers doorglijden.

Voorzichtig.

Belangrijk rapport.

Moet om tien uur gepresenteerd.

Losjes.

Ze moeten losjes op elkaar liggen is mijn ervaring.

Vraag me niet waarom.

Leg ze zo ontspannen mogelijk in het daarvoor bestemde vak.

Sorteren.

Twaalf.

Nieten.

Op hoop van zegen.

Start.

Vergeten te ontbijten.

Trek verfomfaaid zakje chips uit mijn tas.

Scheur het open.

Wil het openscheuren.

Sta verwoed te rukken aan dat stomme zakje.

Gaat niet open.

Groet Peter.

Peter loopt langs.

Groet Peter ontspannen.

Peter ziet er goed uit.

Vers gestreken overhemd.

Laat ontspannen glimlach over mijn gezicht glijden, zeg:

Goedemorgen Peter.

Peter groet ontspannen terug.

Loopt door.

Kotsvlek op mijn pak.

Handen ruiken naar Zwitsal en poep.

Ik geef een laatste fatale ruk aan de chips verpakking.

Verpakking scheurt over de gehele verticale lijn open.

Machine loopt vast.

Kopieerhok vol chips.

Machine loopt vast.

En het kopieerhok vol chips.

Altijd!

Loopt altijd vast.

Hoe is het mogelijk.

Waarom loopt dat stomme ding altijd vast.

Ik klop de chips van mijn kleren.

Wrijf kotsvlek uit met poepvingers.

Gaat ergens een lampje branden.

Moet ik opzoek.

Moet ik ergens met mijn vette poepchipsZwitsalvingers een verfrommelde pagina van het zeer belangrijk rapport tussen de onderdelen vandaan trekken.

Kwart over tien.

Trap tegen het kopieerapparaat.

Sla tweemaal met vlakke hand op het sorteervak.

Roep ‘verdomme.’

Is op de gang duidelijk hoorbaar.

Alsof dat helpt.

Terwijl ik sla, besef ik: ik ben een totaal onvolwassen persoon.

De discipline voor geluk en samenhorigheid ontbreekt mij volledig.

Dit slaan en roepen illustreert op geniale wijze mijn onvermogen.

Halfelf.

Koffie in de hand.

Rapport op tafel.

Ik voel me zo ver verwijderd van gewoon een bizon schieten.

 

 

Uit: ik voel me zover verwijderd van gewoon een bizon schieten. Gasthuis, 2004.