proza01

Proza

Er wordt op de deur geklopt. Ze doet open. Voor de deur staat het kleine mannetje. Hij zegt dat hij Epifano heet. Hij vraagt of ze zin heeft bij hem in de zon te komen zitten. Ze volgt hem naar het appartement onder het hare. Epifano bezit een echt balkon. Een met houten vlonders. Opeens ziet ze de dingen meer in perspectief en beseft ze dat haar balkon niet echt een balkon is, vergeleken met dat van hem. Hij klapt een tuinstoel voor haar uit, zo’n witte met plastic latten, en beveelt haar zich te ontkleden. Dit doet ze niet meteen. Zelf begin hij zich wel uit te kleden.

Als hij geheel naakt is, gaat hij op zijn stoel zitten. Zijn huid is bruin. Er puilen kleine vetrichels tussen de planken van de klapstoel door en ook over de rand van het zitgedeelte.

Zijn penis ligt afgemat in het felle licht. Ze kan dit alles uitvoerig bekijken omdat Epifano bezig is zichzelf in te smeren met olijfolie uit een fles. De penis is inderdaad een soort worstje, zoals ze zich penissen altijd al heeft voorgesteld, maar dan een worstje met een ziel. Ze weet niet hoe ze het uit moet leggen. Het leeft echt. Een worstje in een iets te wijde cellofaanverpakking. Af en toe opent het gat in zijn voorhuid zich als een oog dat open- en dichtgaat. Het knipoogt tegen haar. Epifano klapt zijn stoel in de ligstand en strekt zich uit. Zijn buik is nu het hoogste punt geworden, hij welft omhoog naar de zon. Epifano ligt stil, maar zijn penis blijft bewegen op het ritme van zijn ademhaling.

Plotseling kijkt hij op. Net op tijd kan ze haar blik afwenden. Of net niet op tijd. Hij zal wel hebben vermoed waar haar blik op rustte, maar hij zegt niets.

‘Ga liggen, ga liggen, je moet in dit kloteland elk zonnestraaltje grijpen, want voor je het weet krijg je acht maanden niets meer.’

Ze gaat op haar stoel zitten.

Hij schuift de fles olijfolie naar haar toe, ze smeert een beetje op haar neus. Die verbrandt nogal snel.

‘Waar kom je vandaan?’ vraagt ze.

‘Extremadura,’ gromt hij en laat de r’en rollen. ‘Kleed je uit.’

Ze staat op en trekt de rits van haar grijze vest naar beneden. Hij kijkt niet. Op een of andere manier stelt dat haar gerust.

Ze ritst haar broek open en trekt haar broek naar beneden. De broek ligt op haar voeten. Nu pas bedenkt ze dat ze eerst haar schoenen had moeten uittrekken. Ze gaat zitten met haar broek op haar voeten om haar veters los te maken en bedenkt dat ze er nog zelden zo schaamteloos bij heeft gezeten. Ze trekt haar schoenen uit en zet ze naast haar stoel. Dan stapt ze uit haar broek, vouwt hem op en legt hem boven op haar schoenen. Elke is zich van elke handeling bewust, alsof ze een ballet uitvoert. Ze vouwt haar vest op en gaat op haar ligstoel zitten. Nu moet ze alleen haar T-shirt nog uittrekken. En haar bh. Aarzelend schuift ze ook haar onderbroek langs haar benen omlaag. Hij rolt zich op langs haar kuiten. Ze schudt hem uit, zodat ze hem op kan vouwen.

Epifano opent een oog en laat een kreet van afschuw horen.

‘Broncas, hija mia,’ grauwt hij, ‘wat ben jij wit.’

Uit: Vogel, uitgeverij Pimento 2011